ECLI:NL:RBDHA:2025:10221
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stellen asielaanvraag en opleggen terugkeerbesluit ongegrond verklaard
Eiseres diende op 1 juli 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Minister van Asiel en Migratie stelde deze aanvraag buiten behandeling vanwege het niet verschijnen van eiseres op het nader gehoor op 7 april 2025, en legde een terugkeerbesluit en een inreisverbod op. Eiseres voerde aan dat haar afwezigheid te wijten was aan een onrechtmatige HTL-maatregel en haar medische problematiek, en dat de persoonlijke omstandigheden meegewogen hadden moeten worden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de aanvraag terecht buiten behandeling heeft gesteld, omdat eiseres niet binnen twee weken had aangetoond dat haar afwezigheid niet aan haar was toe te rekenen. Hoewel de HTL-maatregel onrechtmatig was, mocht het gehoor vanuit die maatregel plaatsvinden en had eiseres zich na haar vertrek opnieuw kunnen melden. De rechtbank vond dat verweerder de persoonlijke omstandigheden voldoende had meegewogen en dat het buiten behandeling stellen niet onevenredig was.
Verder werd het terugkeerbesluit en het inreisverbod bevestigd, omdat eiseres en haar dochter niet onder uitzonderingen van de Terugkeerrichtlijn vielen en de wettelijke bepalingen werden toegepast. De vrees voor de ex-partner werd niet meegenomen omdat eiseres niet was verschenen om dit toe te lichten. De rechtbank merkte op dat eiseres inmiddels een nieuwe asielaanvraag had ingediend, waardoor de rechtsgevolgen van het terugkeerbesluit en inreisverbod zijn opgeschort.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter J. Holleman op 11 juni 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de asielaanvraag en het opleggen van het terugkeerbesluit is ongegrond verklaard.