ECLI:NL:RBDHA:2025:10313
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek eenhoofdig gezag en vaststelling hoofdverblijfplaats en zorgregeling voor minderjarige
De rechtbank Den Haag behandelde het geschil tussen ouders over gezag, hoofdverblijfplaats en zorg- en opvoedingstaken van hun minderjarige kind, geboren in 2021.
De moeder verzocht primair om eenhoofdig gezag vanwege vermeend misbruik van haar DigiD door de vader, wat volgens haar leidde tot onrechtmatige aantekening in het gezagsregister. Subsidiair verzocht zij om wijziging van het gezag vanwege verstoorde communicatie. De vader betwistte dit en benadrukte het belang van gezamenlijk gezag en zijn actieve rol in de zorg.
De rechtbank oordeelde dat de stelling van misbruik onvoldoende was om de aantekening in het gezagsregister te verwijderen. Ook was er geen onaanvaardbaar risico of belang om het gezamenlijk gezag te wijzigen, mede omdat de ouders momenteel goed kunnen overleggen.
De vader stemde in met de hoofdverblijfplaats bij de moeder, wat de rechtbank toewijst. Ten aanzien van de zorgregeling bevestigde de rechtbank de in kort geding overeengekomen regeling waarbij de minderjarige om de week op woensdag en van vrijdag tot zondag bij de vader verblijft, inclusief overnachtingen, ondanks zorgen van de moeder over de partner van de vader.
De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en bepaalde dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Verzoek tot eenhoofdig gezag afgewezen, hoofdverblijfplaats bij moeder vastgesteld en zorgregeling met overnachtingen bij vader bevestigd.