ECLI:NL:RBDHA:2025:10356

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juni 2025
Publicatiedatum
13 juni 2025
Zaaknummer
NL25.4544
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 VwArt. 30b VwRichtlijn 2011/95/EUArt. 4 Kwalificatierichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Ethiopische tolk wegens onvoldoende geloofwaardige vrees voor vervolging

Eiser, een Ethiopische nationaliteit dragende man, diende op 3 maart 2023 een asielaanvraag in met het argument dat hij als tolk voor het Ethiopische leger werd gezien als collaborateur en daardoor bedreigd werd door het Tigray People’s Liberation Front (TPLF). Hij vreesde vervolging door zowel het Ethiopische leger als TPLF, mede vanwege zijn detentie in Addis Abeba en bedreigingen aan zijn adres en dat van zijn ouders.

De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 24 januari 2025 af als kennelijk ongegrond, waarbij de rechtbank de geloofwaardigheid van de tolkwerkzaamheden erkende, maar de problemen die daaruit voortvloeiden niet aannemelijk achtte. Het ontbreken van een authentiek arrestatiebevel en onvoldoende onderbouwing van de moorden op andere tolken speelden hierbij een rol.

Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en verwees naar jurisprudentie en richtlijnen, maar de rechtbank oordeelde dat de minister voldoende onderzoek had gedaan en dat eiser onvoldoende bewijs leverde om zijn vrees aannemelijk te maken. Ook de wisselende verklaringen over vertrekredenen en het niet onverwijld melden werden meegewogen.

De rechtbank concludeerde dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade of vervolging, mede omdat na zijn vrijlating geen nieuwe bedreigingen waren gemeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende aannemelijke vrees voor vervolging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.4544

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.C.A. Koen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).

Procesverloop

Bij besluit van 24 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 1 mei 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1989 en de Ethiopische nationaliteit te hebben. Hij heeft op 3 maart 2023 een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij door het Ethiopische leger is gedwongen om te werken als tolk, nadat ze zijn geboortestad, Mek’ele, hebben veroverd. Vanwege de tolkwerkzaamheden werd eiser door de bewoners van Mek’ele en TPLF [2] gezien als verrader en is daarom bedreigd door TPLF bedreigd. Eiser is daarom naar Addis Abeba gevlucht. Daar is eiser door de Ethiopische autoriteiten opgepakt en vastgezet vanwege zijn Tigray achtergrond. Omdat hij geld aan ze heeft betaald, is hij vrijgelaten. Eiser vreest bij terugkeer voor vervolging door de Ethiopische autoriteiten en TPLF. Ondanks het feit dat het Ethiopische leger en TPLF een vredesakkoord hebben gesloten, is eiser nog telefonisch bedreigd door mensen uit Tigray. Eisers ouders worden nog steeds bedreigd.
2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij volgt verweerder eisers verklaringen en overgelegde documenten over zijn identiteit, nationaliteit en herkomst. De gestelde tolkwerkzaamheden worden geloofwaardig geacht, maar de gestelde problemen vanwege die tolkwerkzaamheden voor het Ethiopische leger worden echter niet geloofwaardig geacht. Verder wordt eisers stelling dat hij is gearresteerd door de Ethiopische autoriteiten in Addis Abeba ook geloofwaardig geacht. Dit kan echter niet leiden tot verlening van een verblijfsvergunning asiel, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit voldoende zwaarwegend is.
3. Eiser voert – kort samengevat – aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig is gemotiveerd. Verweerder is namelijk onvoldoende ingegaan op de strafbaarstelling van collaboratie. Eisers tolkwerkzaamheden worden namelijk als zodanig aangemerkt. Dat eiser geen authentiek arrestatiebevel kan overleggen, is onvoldoende voor het oordeel dat het relaas ongeloofwaardig is. Daarbij verwijst eiser naar de Kwalificatierichtlijn [3] en het arrest LH [4] . Daarnaast kan eisers vader het originele arrestatiebevel niet naar hem sturen. Hij vreest namelijk dat dit zal worden onderschept tijdens een postcontrole en TPLF hiervan op de hoogte zal raken. Verder was ten tijde van de asielaanvraag een ander beleid, zodat verweerder aan dat beleid heeft moeten toetsen. Dat de asielaanvraag ook onder het oude beleid zou zijn afgewezen met daarbij een verwijzing naar het voornemen is onvoldoende gemotiveerd. Eiser wordt verder niet langer meer tegengeworpen dat hij wisselend heeft verklaard over het moment dat de bedreigingen zijn begonnen, zodat dit in zijn voordeel moet meewegen. Dat hij onvoldoende informatie heeft verschaft over de moorden op andere tolken is onjuist. Verweerder heeft op dit punt onvoldoende doorgevraagd, zodat dit niet aan eiser kan worden tegengeworpen. Daarnaast is het aan verweerder om hier onderzoek naar te verrichten in openbare bronnen. Ook motiveert verweerder onvoldoende waarom TPLF hem zou kunnen vermoorden, omdat zij zijn adres weten nu hij dreigbrieven thuis heeft ontvangen. Verweerder gaat namelijk niet in op de verklaringen dat eiser in de buurt woont van het hoofdkwartier van het Ethiopische leger, zodat TPLF hier niet zomaar in de buurt komt. De gestelde wisselende verklaringen over de problemen van eisers ouders zijn verder niet relevant, omdat het hier gaat om eisers problemen en vrees. Daarbij worden de tolkwerkzaamheden geloofwaardig geacht. Verder werpt verweerder ten onrechte tegen aan eiser dat hij zich niet onverwijld heeft gemeld, omdat hij zich niet stabiel voelde en verder geen intentie heeft gehad om zich onrechtmatig in Nederland te vestigen. Ook werpt verweerder ten onrechte tegen aan eiser dat hij wisselend heeft verklaard over de redenen van vertrek, omdat het uitreizen met een visum gemakkelijker was. Tot slot heeft eiser tijdens de arrestatie en detentie van de Ethiopische autoriteiten meerdere mensenrechtenschendingen ondervonden, zodat hij bij terugkeer naar Ethiopië een gegronde vrees heeft voor ernstige schade, aldus eiser.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Problemen vanwege tolkwerkzaamheden
4. Verweerder heeft niet ten onrechte de problemen vanwege eisers tolkwerkzaamheden ongeloofwaardig geacht. Hierbij acht de rechtbank van belang dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de geloofwaardige tolkwerkzaamheden als collaboratie wordt aangemerkt door TPLF. Dat er een wet is aangenomen en hierom collaboratie zwaar wordt bestraft, maakt niet dat eiser daarmee heeft onderbouwd dat de tolkwerkzaamheden als zodanig wordt aangemerkt.
5. Verder volgt uit het arrest LH dat verweerder bij zijn onderzoek of er nieuwe elementen of bevindingen zijn bij een opvolgende aanvraag en zo ja, of die de kans aanzienlijk groter maken dat de vreemdeling in aanmerking komt voor internationale bescherming, ook documenten moet betrekken waarvan hij de authenticiteit niet kan vaststellen of die geen objectief verifieerbare bron hebben. De beoordeling van de bewijzen die worden overgelegd ter onderbouwing van een aanvraag om internationale bescherming mag niet verschillend zijn naargelang het gaat om een eerste aanvraag of een opvolgende aanvraag en verweerder moet de relevante elementen beoordelen in samenwerking met de vreemdeling overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Kwalificatierichtlijn. [5]
6. Anders dan eiser stelt, volgt uit het bestreden besluit, en uit het voornemen dat daarvan onderdeel is, dat de problemen met TPLF vanwege de tolkwerkzaamheden niet slechts ongeloofwaardig zijn vanwege het ontbreken van een origineel arrestatiebevel. Eiser is voldoende in de gelegenheid gesteld om zijn gestelde problemen met TPLF aannemelijk te maken, maar heeft daartoe onvoldoende geloofwaardig verklaard. Daarbij heeft verweerder kunnen betrekken dat eiser niet aannemelijk heeft kunnen maken waarom zijn vader het origineel van het arrestatiebevel niet heeft kunnen opsturen. Dat zijn vader vreest voor problemen, omdat zijn zus eerder is opgepakt en de post gescand kan worden door het postbedrijf, is niet onderbouwd. Desgevraagd geeft de gemachtigde van eiser op zitting aan dat de werkwijze van het postbedrijf zijn ervaring uit de praktijk is, maar volgt dit verder niet uit openbare bronnen, zodat verweerder dit niet zondermeer heeft hoeven aan te nemen. De rechtbank is verder niet gebleken dat de beoordeling van eisers asielrelaas kenmerken vertoont van de vroegere ‘POK-toets’, zoals hij stelt. Dat verweerder verder in het voornemen heeft opgenomen dat eisers asielaanvraag ook onder het oude beleid zou zijn afgewezen en dat zulks niet in het bestreden besluit expliciet is opgenomen, maakt niet dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd. Uit het bestreden besluit volgt immers dat het voornemen onderdeel daarvan is.
7. Verder is niet in geschil dat eiser niet wisselend heeft verklaard over het moment waarop de gestelde dreigtelefoontjes zouden zijn begonnen. Echter heeft verweerder kunnen oordelen dat dit onvoldoende is om de gestelde problemen vanwege de tolkwerkzaamheden geloofwaardig te achten. Hierbij heeft verweerder de hiervoor genoemde en de hierna te noemen overwegingen kunnen betrekken.
8. Verweerder heeft verder terecht aan eiser tegengeworpen dat hij onvoldoende informatie heeft kunnen verstrekken over de andere tolken die zouden zijn vermoord door TPLF vanwege collaboratie. Eiser is tijdens de gehoren voldoende in de gelegenheid gesteld om hierover te verklaren, maar laat na om aanvullende informatie, zoals onder meer een datum van de moorden, te overleggen. Dat eiser in beroep alsnog namen weet te noemen, is onvoldoende. Eiser weet namelijk verder niet aan te geven wanneer zij zouden zijn vermoord en kan ook niet aangeven waarop zijn verklaringen zijn gebaseerd. Verder volgt de rechtbank eiser niet in zijn stelling dat het aan verweerder is om in openbare bronnen onderzoek te doen naar de gestelde moord van de andere tolken. Het is immers aan eiser om zijn asielrelaas te onderbouwen.
9. Verweerder is verder, anders dan eiser stelt, voldoende ingegaan op de stelling dat het hoofdkwartier van het Ethiopische leger in de buurt van zijn huis is. Hierbij heeft verweerder terecht ongerijmd gevonden dat TPLF in eerste instantie wel bedreigingen aan huis heeft kunnen doen door dreigbrieven te bezorgen, maar niet zouden kunnen moorden vanwege de aanwezigheid van het hoofdkwartier van het Ethiopische leger. Ook is ongerijmd dat de andere tolken uit eisers buurt wel zouden zijn vermoord door TPLF, ondanks de aanwezigheid van het hoofdkwartier van het Ethiopische leger in de wijk.
Onverwijld melden
10. Uit het dossier volgt dat eiser op 8 februari 2023 Nederland is ingereisd. Hij heeft zich op 27 februari 2023 gemeld in Ter Apel. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser zich niet onverwijld heeft gemeld zonder dat hij daarvoor een gegronde reden had. De enkele niet onderbouwde stelling dat hij zich niet stabiel voelde vanwege de gestelde bedreigingen, is onvoldoende voor een ander oordeel.
Reden van vertrek en ernstige schade
11. Verweerder heeft terecht aan eiser tegengeworpen dat hij wisselend en ongerijmd heeft verklaard over de reden en wijze van zijn vertrek. Eiser verklaart eerst dat hij naar Addis Abeba is gegaan om te werken en niet vanwege de gestelde vrees in Mek’ele. Daarna verklaart eiser dat hij naar Addis Abeba is gegaan met het geld dat hij van zijn broer en oom heeft geleend om een eigen bedrijf te starten, zodat hij met het geld uit zijn bedrijf mensen kan omkopen om uit te reizen. Het is dan ook ongerijmd dat hij met het geld dat hij heeft geleend niet is uitgereisd, maar daarvoor eerst een bedrijf heeft opgestart. De verklaring in beroep dat hij met een visum vanwege economische redenen makkelijker kan uitreizen wordt niet gevolgd. Indien sprake is van een reële vrees, dan mag verwacht worden dat eiser zo spoedig mogelijk zijn land ontvlucht op het moment dat dit voor hem mogelijk is.
12. Verder volgt uit artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn dat indien het een feit is dat een asielzoeker eerder is blootgesteld aan vervolging of ernstige schade, of dat hij rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of schade, een duidelijke aanwijzing is dat de vrees van de asielzoeker voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen.
13. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op ernstige schade, omdat dit eerder heeft plaatsgevonden. Hierbij acht de rechtbank van belang dat eiser na zijn vrijlating tot aan zijn uitreis niets meer heeft vernomen van het Ethiopische leger en verder niet is onderbouwd dat mensenrechtenschendingen zullen plaatsvinden indien eiser moet terugkeren naar Ethiopië.
Conclusie
14. Gelet op het voorgaande heeft verweerder eisers asielaanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond.
15. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 12 juni 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid jo. artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Tigray People’s Liberation Front (ook wel Volksbevrijdingsfront van Tigray).
3.Richtlijn 2011/95/EU.
4.HvJEU 10 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:478.
5.ABRvS 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:208.