ECLI:NL:RBDHA:2025:10381
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder bestuursdwang en kostenverhaal voor wegslepen autowrak in Den Haag
De zaak betreft een last onder bestuursdwang opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan eiser vanwege het langdurig parkeren van een voertuig in kennelijk verwaarloosde toestand op de openbare weg. De last hield in dat het autowrak voor een bepaalde datum verwijderd moest worden, waarna het college het wrak zou wegslepen en de kosten op eiser verhalen.
Eiser voerde onder meer aan dat zijn voertuig geen wrak was vanwege een hogere taxatiewaarde, dat de last onvoldoende was gemotiveerd, disproportioneel was en dat hij niet in de gelegenheid was gesteld een zienswijze te geven. Ook betwistte hij de kostenverhaalbeschikking en stelde dat de opslag en vernietiging van het wrak niet volgens de wettelijke regels waren uitgevoerd.
De rechtbank oordeelde dat het college het voertuig terecht als wrak had aangemerkt op basis van een proces-verbaal met gedetailleerde constateringen. De last onder bestuursdwang was gegrond en proportioneel, en het ontbreken van een zienswijze vooraf werd gepasseerd omdat eiser alsnog zijn zienswijze in bezwaar en beroep kon geven. De kostenverhaalbeschikking was eveneens rechtmatig, en het college had de auto mogen opslaan op de locatie in [plaats 1]. De vernietiging van het wrak valt buiten de bestuursrechtelijke toetsing.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het college werd veroordeeld in de proceskosten van eiser, en het griffierecht werd aan eiser vergoed. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder bestuursdwang en kostenverhaal wordt ongegrond verklaard en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.