ECLI:NL:RVS:2021:1618
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- B.P.M. van Ravels
- J.M.L. Niederer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging kostenverhaal bestuursdwang bij verwijdering en vernietiging woonschip met asbest
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag heeft bij besluit de kosten van bestuursdwang vastgesteld en bij appellante in rekening gebracht nadat een woonschip, dat illegaal was afgemeerd en asbest bevatte, was verwijderd en vernietigd. Appellante had een vergunning voor een andere ligplaats, maar had het woonschip niet verplaatst ondanks last onder bestuursdwang en dwangsommen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij het taxatierapport pas na vernietiging ontving, waardoor zij geen contra-expertise kon laten verrichten, en dat het college onredelijke voorwaarden stelde voor het ophalen van het woonschip. Ook stelde zij dat haar verwijtbaarheid gering was en dat het algemeen belang de vernietiging rechtvaardigde. Verder betoogde zij dat de cumulatie van kosten en haar financiële situatie matiging van de kosten rechtvaardigde.
De Afdeling oordeelde dat het college terecht de kosten van bestuursdwang mocht verhalen op appellante, ook al had het college het taxatierapport laat overgelegd. Het college had redelijk geoordeeld dat het woonschip onverkoopbaar was vanwege asbest en dat vernietiging gerechtvaardigd was. De Afdeling verwierp het betoog dat appellante geen verwijt treft en dat het algemeen belang tot afzien van kostenverhaal zou moeten leiden. Ook matiging vanwege financiële draagkracht werd niet toegewezen, omdat appellante onvoldoende bewijs leverde.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd met verbeterde motivering. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt dat het college de kosten van bestuursdwang voor opslag en vernietiging van het woonschip bij appellante mag verhalen.