ECLI:NL:RBDHA:2025:10390
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs voorbereidingshandelingen ontploffing
De rechtbank Den Haag behandelde de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van het voorbereiden van een ontploffing op een woonwagenkamp te 's-Gravenhage en het voorhanden hebben van professioneel vuurwerk. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 22 mei 2025. De officier van justitie stelde dat verdachte betrokken was bij het vervaardigen en voorhanden hebben van Cobra's en brandbare stoffen, onderbouwd met vingerafdrukken op tape en een flesje, en telefoononderzoek.
De verdediging voerde aan dat het bewijs onvoldoende was: de vingerafdrukken waren niet overtuigend en er ontbrak aanvullend technisch bewijs, zoals onderzoek naar de inhoud van de flesjes en classificatie van het vuurwerk. De rechtbank concludeerde dat de verdachte slechts de tape en mogelijk het flesje had aangeraakt, zonder dat uit het dossier een plan of doel kon worden afgeleid. Er was onvoldoende bewijs voor het primair en subsidiair ten laste gelegde feit.
Daarnaast behandelde de rechtbank vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerder opgelegde voorwaardelijke straffen, welke werden afgewezen vanwege de vrijspraak. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs en wees de tenuitvoerleggingsvorderingen af.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs en vorderingen tot tenuitvoerlegging worden afgewezen.