ECLI:NL:RBDHA:2025:10563
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af te wijzen. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 30 april 2025, waarbij noch eiser noch zijn gemachtigde aanwezig waren.
De rechtbank stelde ambtshalve de vraag of eiser nog procesbelang had bij het beroep, mede omdat uit informatie van het COA bleek dat eiser op 12 maart 2025 met onbekende bestemming was vertrokken. De gemachtigde gaf aan sinds 19 februari 2025 geen contact meer te hebben met eiser en niet te weten waar hij zich bevindt.
Gezien deze omstandigheden en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland en derhalve geen belang meer heeft bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.