ECLI:NL:RBDHA:2025:10567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortzetting vreemdelingenbewaring en uitzetting
Verweerder is sinds 10 februari 2025 in vreemdelingenbewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel eerder rechtmatig bevonden in een uitspraak van 24 maart 2025. Het huidige beroep richt zich op de rechtmatigheid van de voortzetting van de bewaring na het sluiten van het vorige onderzoek.
Eiser betoogt dat de voortgangsrapportage ondeugdelijk is, dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. De rechtbank oordeelt dat de voortgangsrapportage voldoende inzicht biedt in de stappen richting uitzetting, waaronder rappelleren bij Algerijnse autoriteiten en vertrekgesprekken.
Daarnaast is vastgesteld dat eiser onvoldoende meewerkt aan zijn terugkeer, onder meer door niet te verschijnen bij een geplande presentatie en het niet ondernemen van acties om identiteitsdocumenten te verkrijgen. De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende voortvarend handelt en dat de bewaring rechtmatig wordt voortgezet.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van vreemdelingenbewaring en uitzetting wordt ongegrond verklaard.