Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling, werd op 30 mei 2025 staande gehouden, overgebracht en opgehouden door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet. Eiser stelde dat deze maatregelen onterecht waren, omdat hij procedureel rechtmatig verblijf genoot na overdracht vanuit Zwitserland op basis van de Dublinverordening. Tevens voerde hij aan dat zijn identiteit niet onmiddellijk kon worden vastgesteld en dat de toepassing van artikel 50, derde lid, onjuist was.
Verweerder stelde dat de ophouding rechtmatig was omdat eiser beschikte over een laissez-passer van de Zwitserse autoriteiten en zijn identiteit en nationaliteit bekend waren. De rechtbank overwoog dat de staandehouding terecht was op grond van artikel 50, eerste lid, omdat eiser nog geen asielaanvraag in Nederland had ingediend en er voldoende aanleiding was om te vermoeden dat hij niet rechtmatig verbleef.
De overbrenging en ophouding waren eveneens rechtmatig op grond van artikel 50, derde lid, omdat de identiteit van eiser bij aankomst bekend was en verificatiehandelingen tijdens de ophouding zijn toegestaan. De rechtbank concludeerde dat de staandehouding, overbrenging en ophouding terecht hadden plaatsgevonden en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de staandehouding, overbrenging en ophouding is ongegrond verklaard.