ECLI:NL:RVS:2014:1105
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring en rechtmatigheid ophouding
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde de vreemdeling op 6 januari 2014 in vreemdelingenbewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel gegrond en beval opheffing van de bewaring. De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de ophouding van de vreemdeling op grond van artikel 50, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig was, ondanks dat geen afzonderlijk verhoor tijdens de ophouding plaatsvond. De noodzakelijke verificaties en voorbereidingen voor de inbewaringstelling vonden plaats binnen de toegestane termijn en omstandigheden.
Verder oordeelde de Afdeling dat de gronden voor de bewaring – risico op ontduiking van toezicht en belemmering van terugkeer – voldoende waren en niet effectief werden betwist door de vreemdeling. Ook het verwijt van onvoldoende voortvarendheid bij de aanvraag van een laissez passer werd verworpen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af en zag af van proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond.