Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant], opposant
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Opposant, een Algerijnse asielzoeker, diende op 1 maart 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank verklaarde op 12 mei 2025 het beroep van opposant tegen deze beslissing ongegrond. Opposant maakte hiertegen verzet geltend, stellende dat er voldoende aanwijzingen zijn dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Kroatië niet langer geldt vanwege risico's op schending van mensenrechten, onder meer door pushbacks.
De rechtbank beoordeelde het verzet zonder zitting en concludeerde dat de aangevoerde argumenten onvoldoende zijn om redelijke twijfel aan het eerdere oordeel te rechtvaardigen. De rechtbank volgde de Afdeling bestuursrechtspraak die recentelijk oordeelde dat het risico op een met het Handvest en EVRM strijdige behandeling in Kroatië niet reëel is.
De rechtbank handhaafde het eerdere oordeel dat de minister terecht Kroatië als verantwoordelijke lidstaat aanmerkt en verklaarde het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet in behandeling neming van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het eerdere vonnis blijft in stand.