Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Roma uit Moldavië, diende op 30 november 2024 een asielaanvraag in vanwege discriminatie, geloofsproblemen, een conflict met de man van wie zijn moeder een huis had gekocht, en medische behoeften. Verweerder wees de aanvraag op 29 januari 2025 af, stellende dat eiser geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer liep en niet voldeed aan de voorwaarden voor uitstel van vertrek wegens medische redenen.
De rechtbank behandelde het beroep op 21 mei 2025 en concludeerde dat eiser weliswaar aannemelijk had gemaakt dat hij als Roma wordt gediscrimineerd, maar dat deze discriminatie niet zo ernstig was dat hij niet op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren in Moldavië. Ook was onvoldoende onderbouwd dat eiser geen toegang had tot adequate medische zorg of dat zijn geloofsuitoefening werd belemmerd.
Ten aanzien van het verzoek om uitstel van vertrek oordeelde de rechtbank dat eiser onvoldoende medische documentatie had overgelegd om aan te tonen dat hij onder medisch-specialistische behandeling stond, zoals vereist volgens de Vreemdelingencirculaire. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het verzoek om uitstel van vertrek wordt ongegrond verklaard.