ECLI:NL:RBDHA:2025:10835

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 juni 2025
Publicatiedatum
20 juni 2025
Zaaknummer
NL25.5205
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30b VwArt. 64 VwVluchtelingenverdrag van Genève 1951EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs discriminatie en medische omstandigheden

Eiseres, een Roma uit Moldavië, diende op 30 november 2024 een asielaanvraag in met het argument dat zij vanwege ernstige medische klachten en discriminatie in Moldavië bescherming nodig had. De minister wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiseres onvoldoende aannemelijk maakte dat zij als Roma werd vervolgd of dat haar medische situatie een belemmering voor vertrek vormde.

De rechtbank behandelde het beroep op 21 mei 2025 en concludeerde dat eiseres geen overtuigend bewijs leverde dat zij in Moldavië niet kon functioneren of toegang had tot adequate medische zorg. Hoewel de sociaal-economische positie van Roma in Moldavië moeilijk is, ontbrak het aan concrete onderbouwing dat eiseres persoonlijk werd uitgesloten van werk en zorg.

Daarnaast voldeed eiseres niet aan de strikte voorwaarden voor uitstel van vertrek wegens medische redenen, zoals vastgelegd in de Vreemdelingencirculaire. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht geen nader onderzoek verrichtte en dat het beroep ongegrond is. Het procesbelang van eiseres werd bevestigd ondanks haar vertrek met onbekende bestemming.

De uitspraak benadrukt de hoge bewijslast voor asielzoekers die medische en discriminatiegronden aanvoeren en bevestigt de terughoudendheid van de rechter bij het toekennen van uitstel van vertrek zonder voldoende medische onderbouwing.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.5205

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. C.G. Matze),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. H.J. Toonders).

Procesverloop

Bij besluit van 29 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 21 mei 2025 op zitting behandeld in Breda. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.
Ter zitting heeft eiseres het met dit beroep samenhangende verzoek om een voorlopige voorziening met nummer NL25.5206 ingetrokken.

Beoordeling door de rechtbank

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [datum] 1986 en de Moldavische nationaliteit te hebben. Eiseres heeft op 30 november 2024 een asielaanvraag ingediend. Aan haar asielaanvraag heeft zij ten grondslag gelegd dat zij Moldavië heeft verlaten vanwege haar medische klachten. Zij kan in Moldavië geen medische hulp krijgen vanwege een gebrek aan financiële middelen. Daarnaast wordt eiseres in Moldavië ernstig gediscrimineerd vanwege haar Roma afkomst.
2. Verweerder heeft met het bestreden besluit het voornemen van 27 januari 2025 gehandhaafd. Verweerder acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. Volgens verweerder heeft eiseres de gestelde discriminatie vanwege haar Roma afkomst niet aannemelijk gemaakt. Eiseres heeft geen deugdelijke verklaring gegeven waarom zij dit pas in de zienswijze heeft aangevoerd. De sociaaleconomische en medische omstandigheden van eiseres hebben volgens verweerder geen raakvlak met het Vluchtelingenverdrag [1] dan wel artikel 3 van Pro het EVRM. [2] Om die reden wordt de asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. [3] Tot slot komt eiseres niet in aanmerking voor uitstel van vertrek om medische redenen zoals bedoeld in artikel 64 van Pro de Vw.
3. Eiseres voert hiertegen het volgende aan. Eiseres is van mening dat gezien de omstandigheid dat zij Roma is, suikerpatiënte en diabetespatiënte is, getrouwd is met een hartpatiënt en niet kan werken, in haar geval de drempel van artikel 3 van Pro het EVRM wordt gehaald. Ter onderbouwing van haar medische situatie heeft eiseres afsprakenkaarten overgelegd. Eiseres wordt vanwege discriminatie door haar Roma afkomst in Moldavië zo ernstig beperkt in haar bestaansmogelijkheden dat zij onmogelijk nog langer op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. Zo kan eiseres geen adequate medische zorg krijgen voor haar diabetes en nierfalen. Eiseres is te ziek om te werken en de sociale voorzieningen voor Roma zijn non-existent. Daarnaast krijgt eiseres geen toegang tot de bestaande reguliere medische zorg. Zij verwijst hierbij naar pagina 28 van het artikel ‘Diskriminiert und abgelehnt’ van K. Holzapfel. [4] Verder verwijst eiseres naar pagina 22 van dat artikel waaruit blijkt huizen waarin Roma wonen niet aangesloten zijn op de waterleiding en overige voorzieningen. Dit betekent dat eiseres in de winter met hout zou moeten sjouwen om de vrieskou buiten te houden en te kunnen koken. Daartoe is zij fysiek niet langer in staat vanwege haar ziekte. Voorts heeft ook de echtgenoot van eiseres geen toegang tot levensreddende medicatie voor zijn hartfalen. Huisartsen weigeren Roma als patiënt. En als je in Moldavië geen huisarts hebt kan er niemand medicijnen voorschrijven. Verder wijst eiseres er op dat ambulances niet komen als het blijkt dat het om Roma gaat. Tot slot heeft eiseres een medische machtiging overgelegd. Eiseres is dan ook van mening dat verweerder ambtshalve had dienen te toetsen of zij in aanmerking komt voor uitstel van vertrek.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Procesbelang
4. Bij brief van 14 februari 2025 heeft verweerder de rechtbank bericht dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiseres op 20 februari 2025 meegedeeld nog steeds contact te hebben met eiseres. Verder heeft de gemachtigde van eiseres ter zitting meegedeeld dat eiseres de opvang wellicht niet vrijwillig heeft verlaten en dat zij via haar eigen netwerk ergens anders een verblijfplaats heeft gevonden. Het precieze adres van eiseres is bij de gemachtigde niet bekend. De gemachtigde van eiseres heeft daarnaast meegedeeld dat zij vlak voor de zitting eiseres telefonisch heeft gesproken met de hulp van de aanwezige tolk. De rechtbank acht het contact tussen de gemachtigde en eiseres wel aanwezig. Gelet op de ontwikkelingen over dit onderwerp in de rechtspraak van de Afdeling [5] en het uitgangspunt dat de rechter terughoudend moet zijn met het oordeel dat het procesbelang van een partij ontbreekt, concludeert de rechtbank dat eiseres nog procesbelang heeft.
Discriminatie van Roma in Moldavië
5. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat geen sprake is van discriminatie als daad van vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag. Eiseres heeft de gestelde discriminatie vanwege haar Roma afkomst niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank overweegt daarbij dat het bekend is dat Roma in Moldavië geen makkelijk leven hebben, wat ook blijkt uit het door eiseres aangehaalde rapport van Holzapfel. Eiseres heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat zij zich in Moldavië niet heeft kunnen handhaven. Eiseres heeft niet onderbouwd dat zij als Roma niet in aanmerking komt voor ander werk dan zwart werk, waardoor zij geen ziektekostenpolis kan krijgen. Eiser heeft immers verklaard dat zij een ziektekostenpolis kan krijgen als zij daarvoor betaalt, maar dat eiseres geen werk kan vinden omdat zij niet kan lezen en schrijven. Eisers heeft daarbij verklaard dat zij ongeschoold is omdat haar ouders steeds gingen verhuizen. Eisers had echter wel de mogelijkheid om naar school te gaan. Hieruit blijkt niet dat eiseres vanwege het zijn van Roma uitgesloten is van werk en medische zorg. Verder is van belang dat eisers een huis heeft geërfd van haar oma. Eiseres heeft in Moldavië dus wel kunnen wonen. Dat het huis niet is aangesloten op de waterleiding en overige voorzieningen, heeft eiseres niet onderbouwd.
Uitstel van vertrek om medische redenen
6. Een vreemdeling kan op grond van artikel 64 van Pro de Vw een verzoek indienen voor uitstel van vertrek wegens medische redenen. Bij een eerste asielaanvraag beoordeelt verweerder ambtshalve of de vreemdeling in aanmerking komt voor toepassing van artikel 64 van Pro de Vw. In paragraaf A3/7.2.4. van de Vc [6] zijn alle bewijsmiddelen opgenomen die een vreemdeling ter onderbouwing van de aanvraag voor uitstel van vertrek moet overleggen. Hierin is onder meer opgenomen dat de medische gegevens informatie moeten bevatten over de behandelaar en de aard van de ingezette of in te zetten behandeling. In paragraaf A3/7.2.6 van de Vc is vervolgens opgenomen dat verweerder het BMA niet verzoekt om een advies uit te brengen als de vreemdeling niet alle bewijsmiddelen of incomplete bewijsmiddelen overlegt. De Afdeling heeft eerder geoordeeld dat het hier van toepassing zijnde beleid redelijk is en dat verweerder de bewijslast voor de actuele medische situatie van de vreemdeling (geheel) bij de vreemdeling mag leggen. [7] De rechtbank ziet geen reden om daarover in deze zaken anders te oordelen.
7. Verweerder heeft geen aanleiding hoeven zien om (nader) te onderzoeken of eiseres in aanmerking komt voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vw. Verweerder daarbij terecht overwogen dat uit de door eiseres overgelegde documenten niet blijkt dat eiseres daadwerkelijk onder medisch-specialistische behandeling staat. Eiseres voldoet dan ook niet aan de voorwaarden zoals genoemd in paragraaf A3/7 van de Vc. Zoals immers uit de onder 7 genoemde jurisprudentie van de Afdeling blijkt, ligt de bewijslast van de medische situatie bij eiseres.
Conclusie
8. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder heeft terecht bepaald dat eiseres niet in aanmerking komt voor uitstel van vertrek om medische redenen. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. Ż.A. Meinert, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 1951 (Trb. 1954, 88), zoals gewijzigd bij Protocol van New York van 1967 (Trb. 1967, 76).
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw).
4.Een publicatie van ProAsyl en Flüchtlingsrat Berlin, februari 2022.
5.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Zie hiervoor de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.
6.Vreemdelingencirculaire 2000.