ECLI:NL:RBDHA:2025:10841
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verklaring van geen bezwaar wegens risico op ongewenste beïnvloeding door buitenlandse inlichtingendienst
Eiseres, werkzaam in een vertrouwensfunctie bij Defensie, kreeg in 2015 een verklaring van geen bezwaar (VGB-A). In 2023 trok de minister van Defensie deze verklaring in vanwege een veiligheidsrisico, gebaseerd op het feit dat de partner van eiseres bij een Chinees bedrijf werkte waarvan de Chinese overheid de grootste aandeelhouder is. De Chinese inlichtingendiensten zijn actief op zoek naar militaire informatie in Nederland, waardoor het risico op ongewenste beïnvloeding van eiseres werd vastgesteld.
Eiseres voerde aan dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was, onzorgvuldig was voorbereid en in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Zij stelde dat zij en haar partner zich bewust waren van veiligheidsrisico’s, dat haar partner sinds 2022 niet meer bij het Chinese bedrijf werkte en dat zij haar plichten altijd getrouwelijk had vervuld. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder in redelijkheid kon besluiten tot intrekking van de VGB vanwege het risico op ongewenste beïnvloeding, mede onderbouwd door gerubriceerde informatie.
De rechtbank erkende dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld door eiseres jarenlang in onzekerheid te laten en spoorde verweerder aan het traject naar een andere functie te bespoedigen. Desondanks was er geen sprake van een gerechtvaardigd vertrouwen dat de VGB zou blijven bestaan. Het belang van de nationale veiligheid woog zwaarder dan het belang van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de VGB bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de intrekking van haar verklaring van geen bezwaar wordt ongegrond verklaard en de intrekking blijft in stand.