ECLI:NL:RVS:2018:518
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- A.W.M. Bijloos
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering verklaring van geen bezwaar wegens onvoldoende motivering en schending verdedigingsbeginsel
De minister weigerde een verklaring van geen bezwaar (vgb) aan appellant vanwege het risico van ongewenste beïnvloeding door zijn broer, die veroordeeld is voor ernstige misdrijven met een terroristisch oogmerk. Appellant stelde bezwaar en beroep in, maar deze werden ongegrond verklaard. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat appellant onvoldoende is geïnformeerd over de motieven voor de weigering, waardoor het verdedigingsbeginsel is geschonden.
De Afdeling stelt vast dat de minister zich terecht baseerde op het risico van beïnvloeding en andere persoonlijke omstandigheden, maar dat de motivering onvoldoende inzichtelijk was en de bezwarencommissie niet over alle informatie beschikte. De Afdeling vernietigt daarom het bestreden besluit en verklaart het beroep gegrond. Tegelijkertijd laat zij de rechtsgevolgen van het besluit in stand vanwege het ontbreken van nieuwe feiten die tot een ander oordeel zouden leiden.
Appellant voerde aan dat de weigering zijn arbeidsmogelijkheden ernstig beperkt en dat de wettelijke grondslag voor de inmenging onvoldoende voorzienbaar is. De Afdeling oordeelt dat de inmenging gerechtvaardigd is op grond van nationale veiligheid en dat de wettelijke basis voldoende duidelijk is. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot weigering van de verklaring van geen bezwaar wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.