ECLI:NL:RBDHA:2025:10868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring en afwijzing schadevergoeding wegens zicht op uitzetting naar Libië
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De bewaring was opgeheven op 23 mei 2025, zodat de beoordeling zich beperkte tot de periode van 23 april 2025 tot 23 mei 2025. Eiser stelde dat het zicht op uitzetting naar Libië ontbrak, mede verwijzend naar eerdere uitspraken en de situatie in Libië.
De rechtbank stelde vast dat uit door verweerder overgelegde gegevens blijkt dat er in 2024 en 2025 meerdere laissez passers zijn verstrekt door de Libische autoriteiten en dat er gedwongen uitzettingen hebben plaatsgevonden. De veiligheidssituatie voor escorts is verbeterd, waardoor gedwongen uitzettingen weer praktisch uitvoerbaar zijn. De rechtbank concludeerde dat er in het algemeen zicht is op uitzetting naar Libië.
Voor het concrete geval van eiser was de lp-aanvraag nog in behandeling. Het ontbreken van een reactie binnen twee maanden betekent niet dat het zicht op uitzetting ontbreekt, mede omdat eiser onvoldoende meewerkt aan het uitzettingsproces. De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is en dat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
De rechtbank voerde tevens een ambtshalve toetsing uit en vond geen onrechtmatigheid in het voortduren van de maatregel van bewaring in de te toetsen periode. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens voldoende zicht op uitzetting naar Libië.