Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Libische nationaliteit, is sinds 13 februari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel tot 11 april 2025 rechtmatig was, maar dat het voortduren daarna onrechtmatig is vanwege overschrijding van de wettelijke termijnen voor onderzoek en uitspraak. De rechtbank had uiterlijk 10 juni 2025 uitspraak moeten doen, maar deed dit pas op 20 juni 2025, waardoor de beoordeling niet spoedig genoeg plaatsvond zoals vereist door artikel 5, vierde lid, EVRM.
De rechtbank oordeelt dat de bewaring vanaf 11 juni 2025 onrechtmatig is en beveelt de opheffing van de maatregel met ingang van de datum van uitspraak. Tevens kent zij een schadevergoeding toe van €1.000 voor tien dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelt de Staat in de proceskosten van €907. Het beroep wordt gegrond verklaard en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de maatregel van bewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding van €1.000 wordt toegekend.