ECLI:NL:RBDHA:2025:10918
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige politieke vervolging in Turkije
Eiser, een Turkse Koerdische man van de Zaza-groep, vroeg asiel aan vanwege vermeende politieke vervolging door Turkse autoriteiten vanwege zijn betrokkenheid bij politieke bijeenkomsten. Hij stelde dat hij mishandeld was en vluchtte na een politie-inval bij zijn woning.
De minister wees de aanvraag af omdat het tweede asielmotief, de politieke vervolging, niet geloofwaardig werd geacht. De rechtbank oordeelde dat het asielrelaas onvoldoende samenhangend en aannemelijk was en dat de overgelegde documenten, waaronder een krant die eiser als bewijs aanvoerde, geen objectieve bewijswaarde hadden.
Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was genomen, onder meer omdat hij niet in zijn moedertaal werd gehoord en het medisch onderzoek via beeldbellen plaatsvond. De rechtbank stelde vast dat het medisch advies geen beperkingen aangaf en dat een nieuw gehoor met een tolk niet noodzakelijk was omdat eiser de tolk goed verstond.
De rechtbank concludeerde dat het besluit zorgvuldig tot stand was gekomen en dat eiser geen reëel risico op ernstige schade loopt bij terugkeer. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende geloofwaardige onderbouwing van politieke vervolging.