ECLI:NL:RBDHA:2025:10974
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken procesbelang na MOB-melding in asielprocedure
Eiser heeft op 15 februari 2023 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag bij besluit van 20 januari 2025 afgewezen als ongegrond. Eiser stelde hierop beroep in op 11 februari 2025.
Tijdens de procedure bracht verweerder meerdere schriftelijke standpunten uit, waarop de gemachtigde van eiser reageerde. Op de zitting van 13 juni 2025 was de gemachtigde van verweerder aanwezig, maar de gemachtigde van eiser meldde zich vooraf af en eiser zelf was niet verschenen.
De rechtbank overwoog dat volgens vaste jurisprudentie een vreemdeling die zonder opgave van verblijfplaats vertrekt en geen contact onderhoudt met zijn gemachtigde, geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming. Uit het standpunt van de gemachtigde van eiser bleek dat er al bijna drie maanden geen contact meer was met eiser en dat de gemachtigde afzag van het recht om te verschijnen en het procesbelang te onderbouwen.
Gelet op deze omstandigheden en de MOB-melding concludeerde de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en liet het bestreden besluit in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtens te beschermen belang na een MOB-melding en het ontbreken van contact met de gemachtigde.