ECLI:NL:RBDHA:2025:11162
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag en terugvordering voorschot wegens onvoldoende wooninformatie
Eiser diende op 6 december 2023 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Participatiewet, die door verweerder werd afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over zijn feitelijke verblijfadres. Tevens werd een verstrekt voorschot van € 825,32 teruggevorderd. Eiser stelde dat hij door persoonlijke omstandigheden niet in de daklozenopvang kon verblijven en dat hij wel degelijk de gevraagde gegevens had verstrekt, maar verweerder had volgens hem ten onrechte geen huisbezoek verricht.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt waar hij verbleef, mede omdat hij niet wilde meedelen welke vaste slaapadressen hij had. Verweerder had daarom geen gegronde reden voor een huisbezoek en kon het recht op bijstand niet vaststellen. Het voorschot kon derhalve terecht worden teruggevorderd. Daarnaast had eiser op 21 februari 2024 een nieuwe aanvraag ingediend, waarop hij bijstand kreeg toegekend met ingang van die datum. Eiser betwistte de ingangsdatum en stelde dat hij recht had op bijstand vanaf een eerdere datum, maar de rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigden.
De beroepen tegen beide besluiten werden ongegrond verklaard. De afwijzing van de aanvraag van 6 december 2023 bleef in stand en de toekenning van bijstand vanaf 21 februari 2024 werd bevestigd. Eiser kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter N.E.M. de Coninck op 6 juni 2025.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag en de terugvordering van het voorschot zijn ongegrond verklaard; de toekenning van bijstand vanaf 21 februari 2024 blijft ongewijzigd.