ECLI:NL:RBDHA:2025:1119
Rechtbank Den Haag
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublinverordening afgewezen
Opposanten, Syrische minderjarigen, dienden asielaanvragen in Nederland in, die niet in behandeling werden genomen omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht volgens de Dublinverordening. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit buiten zitting kennelijk ongegrond, stellende dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en geen reëel risico bestaat dat Bulgarije de aanvragen niet adequaat behandelt.
Tegen deze uitspraak werd verzet ingesteld door opposanten, die stelden dat de rechtbank ten onrechte zonder zitting had geoordeeld en onvoldoende onderzoek had gedaan naar de acceptatiegrond van Bulgarije. Zij voerden aan dat hun jonge leeftijd en negatieve ervaringen in Bulgarije maken dat zij geen bescherming kunnen verwachten en dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden.
De rechtbank oordeelt dat het verzet geen twijfel oproept over de eerdere uitspraak. De aangevoerde gronden zijn reeds betrokken in het eerdere oordeel en er is geen aannemelijk bewijs dat het Bulgaarse asielproces tekortschiet. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.