ECLI:NL:RBDHA:2025:11269
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens prematuur ingediend tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 27 november 2023. De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat partijen geen zitting wensten. De beslistermijn van zes maanden eindigde op 27 mei 2024, maar de minister stelde op 11 december 2024 een Besluit- en Vertrekmoratorium (BVM) in voor Syriërs, waardoor de beslistermijn verlengd werd tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister pas op 21 april 2025 in gebreke en diende op 14 mei 2025 het beroep in, terwijl het BVM al van kracht was. Hierdoor was het beroep prematuur en voldoet het niet aan de vereisten voor een beroep tegen niet tijdig beslissen. De rechtbank wijst erop dat eiser na het verstrijken van de verlengde termijn, dus na 27 augustus 2025, opnieuw de minister in gebreke kan stellen.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt de minister niet tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen-Telman en griffier B.A. Smit en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen door het in werking treden van het besluitmoratorium.