ECLI:NL:RBDHA:2025:11286
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WW-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking senior investmentmanager
Eiser diende een aanvraag in voor een WW-uitkering na het faillissement van zijn werkgever, [bedrijfsnaam 2] B.V. De uitkeringsinstantie weigerde de uitkering omdat niet was vastgesteld dat eiser een privaatrechtelijke dienstbetrekking had. De rechtbank beoordeelde de feiten en het onderzoeksrapport van de themaonderzoeker, die concludeerde dat eiser geen persoonlijke arbeid als senior investmentmanager had verricht en dat er geen gezagsverhouding of loonbetaling was vastgesteld.
Eiser stelde dat hij wel degelijk fulltime werkzaamheden verrichtte en overlegde verklaringen van oud-collega's en een investeerder, alsmede e-mailcorrespondentie die zijn betrokkenheid bij de bedrijfsvoering zou bevestigen. De rechtbank achtte deze stukken onvoldoende relevant of overtuigend, onder meer omdat de verklaringen niet specifiek waren of niet over de juiste periode gingen.
De rechtbank concludeerde dat eiser niet had aangetoond dat hij als werknemer in privaatrechtelijke zin werkzaam was geweest bij [bedrijfsnaam 2] B.V. en dat de weigering van de WW-uitkering terecht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat geen privaatrechtelijke dienstbetrekking is vastgesteld en de WW-uitkering terecht is geweigerd.