ECLI:NL:RBDHA:2025:11287
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublinverantwoordelijkheid Kroatië
Verzoekers, van Chinese nationaliteit en met minderjarige kinderen, hadden asielaanvragen ingediend die door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling zijn genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Tegen deze besluiten werd beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan. De voorzieningenrechter behandelde de zaken op 19 juni 2025 en sloot het onderzoek op die zitting.
De rechtbank heeft in gerelateerde zaken de beroepen ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk was. De voorzieningenrechter wees het verzoek daarom af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de asielaanvragen.