Eiser, woonachtig in Frankrijk en sinds 2002 gepensioneerd met een AOW-uitkering, betwist het besluit van het CAK dat hem als verdragsgerechtigde aanmerkt en hem verplicht een buitenlandbijdrage te betalen vanaf 1 november 2023. Hij voert aan dat de bijdrage te hoog is en dat het CAK pas vanaf 1 januari 2024 gerechtigd zou zijn de bijdrage in te houden, omdat het CPAM hem toen met terugwerkende kracht zorg verleende.
De rechtbank stelt vast dat op grond van de Europese Verordening (EG) 883/2004 en de Zorgverzekeringswet eiser verdragsgerechtigd is vanaf 1 november 2023 en dus vanaf die datum de bijdrage verschuldigd is. De datum van inschrijving bij het CPAM is niet relevant voor de bijdrageplicht. De hoogte van de bijdrage is wettelijk bepaald en wordt berekend met toepassing van de woonlandfactor, die rekening houdt met lagere zorgkosten in Frankrijk.
Hoewel eiser meer coulance van het CAK had verwacht vanwege administratieve vertragingen bij het CPAM, oordeelt de rechtbank dat geen bijzondere omstandigheden zijn die de wettelijke bijdrageplicht kunnen opheffen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen kostenvergoeding.