ECLI:NL:RBDHA:2025:11306
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens ontbreken rechtmatig verblijf in Nederland
Eiser, een Bulgaarse nationaliteit dragende persoon, heeft een bijstandsuitkering aangevraagd die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland. Eerder had eiser reeds een bijstandsuitkering ontvangen die hij zelf beëindigde. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft vastgesteld dat eiser sinds 27 januari 2022 niet rechtmatig in Nederland verblijft, een besluit dat na bezwaar onherroepelijk is gebleven.
Eiser betoogt dat het verblijfsrecht onduidelijk is en dat hij op grond van het Unierecht rechtmatig verblijf zou hebben, mede omdat hij zich zou kunnen registreren als rechtmatig verblijvende vreemdeling indien hij werk en inkomen kan aantonen. De rechtbank oordeelt echter dat het college terecht de aanvraag heeft afgewezen omdat eiser niet langer gelijkgesteld kan worden met een Nederlander op grond van de Participatiewet.
De rechtbank benadrukt dat het primaire oordeel over het rechtmatig verblijf toekomt aan de staatssecretaris en dat het college op grond van het onherroepelijke besluit van de staatssecretaris mag uitgaan van het ontbreken van rechtmatig verblijf. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf in Nederland.