Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, is op 15 januari 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet vanwege een risico op onttrekking aan het toezicht. Eiser stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat hij niet in zijn moedertaal was geïnformeerd en dat hij onvoldoende Engels en Pidgin Engels beheerst. De rechtbank stelde vast dat eiser met een tolk Pidgin Engels is gehoord, een informatiefolder in het Engels heeft ontvangen en de inhoud daarvan heeft begrepen. Daarmee was de informatieplicht voldoende nageleefd.
Verweerder baseerde de bewaring op zware gronden zoals het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland, het niet opvolgen van een vertrekbesluit en het niet meewerken aan het vaststellen van identiteit. Eiser betwistte deze gronden, maar kon niet afdoende weerleggen dat deze feitelijk juist zijn. De rechtbank oordeelde dat de zware gronden voldoende zijn om de maatregel te dragen en dat er een reëel risico op onttrekking bestaat.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager op 30 januari 2025 en kan binnen een week worden bestreden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.