ECLI:NL:RVS:2024:2979
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over informatieplicht bij inbewaringstelling vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde een vreemdeling op 3 december 2023 in bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en beval opheffing van de maatregel vanwege een tekortkoming in de informatieplicht volgens artikel 5.3 Vb 2000. De minister stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de minister met de verstrekte informatiefolder niet volledig voldeed aan de informatieplicht, omdat deze niet de vereiste feitelijke en juridische gronden van de bewaring bevatte. Desondanks concludeerde de Afdeling dat de vreemdeling voldoende in staat was gesteld zijn rechtsmiddelen effectief uit te oefenen, mede door tolken en rechtsbijstand.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens gaf zij de minister een termijn van zes maanden om de werkwijze aan te passen. De Afdeling bevestigde dat de wettelijke grondslag voor de bewaring en de belangenafweging door de minister terecht waren gemaakt, en dat de medische situatie van de vreemdeling adequaat was betrokken.
Uitkomst: Hoger beroep gegrond verklaard, uitspraak rechtbank vernietigd en beroep vreemdeling ongegrond verklaard.