ECLI:NL:RBDHA:2025:11337
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen bewaring op grond van Vreemdelingenwet 2000
De minister van Asiel en Migratie legde op 12 juni 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank constateert dat de minister tussen 6 en 12 juni 2025, toen eiser in strafrechtelijke detentie verbleef, geen uitzettingshandelingen heeft verricht, waardoor de minister zijn inspanningsverplichting heeft geschonden. Deze schending leidt echter niet automatisch tot onrechtmatigheid van de bewaring.
De rechtbank maakt een belangenafweging en oordeelt dat de belangen van de minister zwaarder wegen gezien de niet betwiste gronden voor bewaring, het korte detentietijdvak, het risico op onttrekking aan toezicht, de weigering van eiser om te vertrekken en diens strafblad.
Ambtshalve toetsing bevestigt dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden is voldaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.