Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
de minister van Asiel en Migratie,
Inleiding
.Eiser en de gemachtigde van eiser zijn met bericht van verhindering niet verschenen.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 26 juni 2025 het beroep van eiser behandeld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Bulgarije als lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer op Bulgarije van toepassing is vanwege structurele tekortkomingen in de opvang, zoals beschreven in het AIDA-rapport 2023.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin ook het AIDA-rapport is betrokken. De minister heeft toegelicht dat het recentere AIDA-rapport 2024 geen wezenlijk ander beeld geeft. Bovendien is gebleken dat rechtsmiddelen tegen het ontbreken van opvang effectief zijn en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij geen toegang heeft tot deze rechtsmiddelen in Bulgarije.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit om de aanvraag niet in behandeling te nemen in stand blijft. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.