ECLI:NL:RVS:2025:1080
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C.A. de Poorter
- N. Verheij
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet in behandeling nemen aanvraag verblijfsvergunning asiel
De minister van Asiel en Migratie nam op 22 november 2024 een besluit om de aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De rechtbank Den Haag stelde de minister in een tussenuitspraak van 23 december 2024 in de gelegenheid om het besluit te herstellen, maar de minister maakte hiervan geen gebruik. Op 9 januari 2025 vernietigde de rechtbank het besluit en bepaalde dat de minister een nieuw besluit moet nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling overwoog dat het AIDA-rapport en aanvullende stukken onvoldoende concreet waren om te concluderen dat het rechtsmiddel tegen de weigering van opvangvoorzieningen niet effectief is. De minister stelde dat de rechtbank dit niet had onderkend.
De Afdeling concludeerde dat de door de vreemdeling overgelegde stukken niet tot een ander oordeel leiden en dat het rechtsmiddel tegen de weigering van opvangvoorzieningen niet als niet effectief kan worden beschouwd. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep ongegrond en bevestigde zij het oordeel van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen blijft vernietigd.