ECLI:NL:RBDHA:2025:11475
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Teruggeleiding van kinderen uit Syrië naar Nederland wegens internationale kinderontvoering
De moeder verzocht de rechtbank Den Haag om de onmiddellijke terugkeer van haar twee minderjarige kinderen uit Syrië naar Nederland te gelasten, omdat de vader de kinderen na een familiebezoek niet had teruggebracht. De vader voerde geen verweer en was niet verschenen.
De rechtbank stelde vast dat de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hadden en dat het gezamenlijke gezag over de kinderen door beide ouders werd uitgeoefend. De vasthouding van de kinderen in Syrië door de vader was zonder toestemming van de moeder en daarmee ongeoorloofd in de zin van het Haagse Verdrag internationale kinderontvoering. Omdat minder dan een jaar was verstreken sinds de vasthouding, werd de onmiddellijke terugkeer gelast.
De rechtbank bepaalde dat de vader de kinderen uiterlijk 10 juli 2025 naar Nederland moest terugbrengen, en bij nalaten de benodigde reisdocumenten aan de moeder moest overhandigen zodat zij de kinderen zelf kon terugbrengen. De vader werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de moeder, begroot op €1.318,-. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de onmiddellijke terugkeer van de kinderen uit Syrië naar Nederland en veroordeelt de vader in de proceskosten.