ECLI:NL:RBDHA:2025:1159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in zaak Dublin België verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, conform het Dublin-verdrag. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met een gerelateerde zaak op 24 december 2024 behandeld. Verzoeker was hierbij aanwezig en werd bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.48030) op dezelfde dag is de voorlopige voorziening niet langer nodig en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.