ECLI:NL:RBDHA:2025:11618
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en verklaarde deze tot 3 juni 2025 rechtmatig.
In het vervolgberoep richt het geschil zich op de periode na 3 juni 2025. Eiser stelt dat de overheid onvoldoende voortvarend handelt met betrekking tot zijn aanvraag voor uitstel van vertrek op grond van artikel 64 Vw Pro, mede vanwege een beroerte die hij op 24 juni 2025 opliep. De rechtbank oordeelt dat dit geen aanleiding geeft om het eerdere oordeel te wijzigen en dat het ontbreken van een melding in de M120 niet leidt tot onrechtmatigheid.
Verder benadrukt de rechtbank dat een aanvraag voor uitstel van vertrek niet automatisch rechtmatig verblijf oplevert en dat er geen geplande uitzetting is. Ambtshalve toetsing bevestigt de rechtmatigheid van de maatregel gedurende de bestreden periode.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.