Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie op haar asielaanvraag, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 27 september 2024 een termijn had gesteld voor het nemen van een nieuw besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ondanks het ontbreken van een ingebrekestelling, omdat in de eerdere uitspraak een uitdrukkelijke en inmiddels verstreken termijn was gesteld. De minister heeft niet binnen deze termijn een besluit genomen.
De rechtbank legt de minister een nadere beslistermijn van acht weken op, gelet op het feit dat eiseres nog niet is gehoord over haar asielmotieven. Tevens wordt een dwangsom van € 250,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50, omdat zij een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak alleen over de overschrijding van de beslistermijn ging.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.M. Mulder, en is uitgesproken op 27 juni 2025.