Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Guinese nationaliteit, heeft op 13 april 2025 asiel aangevraagd in Nederland. Verweerder heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling, gelet op een eerdere asielaanvraag van eiser in Duitsland in 2013 die was afgewezen. Dit besluit geldt tevens als overdrachtsbesluit aan Duitsland.
Eiser betoogt dat het besluit onvoldoende is gemotiveerd, dat hij een kwetsbare asielzoeker is met medische klachten, en dat Duitsland niet voldoet aan minimumeisen voor opvang, mede door een gewijzigd politiek klimaat. De rechtbank oordeelt dat verweerder het voornemen zorgvuldig heeft voorbereid en dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om te reageren.
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij eiser moet aantonen dat er sprake is van systematische tekortkomingen in Duitsland die zwaarwegend zijn volgens het Jawo-arrest. Eiser slaagt hier niet in; bovendien is de overdracht door Duitsland geaccepteerd met garanties voor behandeling conform Europese richtlijnen.
De rechtbank wijst erop dat eiser geen medisch dossier heeft overgelegd en geen bijzondere omstandigheden heeft aangetoond die overdracht onevenredig zouden maken. De asielaanvraag is terecht niet in behandeling genomen en het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wegens overdracht aan Duitsland is ongegrond verklaard.