ECLI:NL:RBDHA:2025:11798
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening inzake inschrijving BRP
Verzoeker, met de Marokkaanse nationaliteit, deed op 28 augustus 2024 aangifte van verblijf en adres bij de gemeente Zoetermeer, welke werd geweigerd wegens ontbreken van rechtmatig verblijf. Na bezwaar en een voorlopige voorziening die het besluit schorste, werd verzoeker alsnog ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) met ingang van 12 maart 2025, nadat hij een aanvraag voor verblijf bij de IND had ingediend.
Verzoeker trok daarop zijn tweede verzoek om een voorlopige voorziening in en verzocht om veroordeling van verweerder in de proceskosten. De voorzieningenrechter oordeelde dat de inschrijving niet het gevolg was van een voorlopige tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a Awb, maar van een later ingediende aanvraag bij de IND.
Daarom werd het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. Tevens werd geen vergoeding van griffierecht toegekend. De uitspraak is gedaan zonder mondelinge behandeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a Awb.