ECLI:NL:RBDHA:2025:11822
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen verlenging overdrachtstermijn Dublin wegens onderduiken ongegrond verklaard
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 9 oktober 2024 een tweede asielaanvraag in Nederland in. De minister van Asiel en Migratie besloot op 30 april 2025 de overdrachtstermijn aan Bulgarije te verlengen tot achttien maanden op grond van onderduiken, zoals toegestaan onder artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, dat de overdracht niet rechtmatig kon plaatsvinden omdat Bulgarije de overdracht niet accepteerde, en dat hij niet doelbewust ondergedoken was vanwege medische redenen en verblijf in het AZC. De rechtbank oordeelde dat het besluit voldoende was gemotiveerd en dat de vermeende weigering van Bulgarije berustte op een miscommunicatie; de overdracht werd wel geaccepteerd.
De rechtbank stelde vast dat eiser op de dag van overdracht niet aanwezig was in het AZC, ondanks duidelijke instructies en kennis van de vluchtgegevens, en dat hij zich niet had gemeld bij de autoriteiten. Dit leidde tot het vermoeden van doelbewust onderduiken, dat eiser niet heeft kunnen weerleggen. Medische verklaringen en persoonlijke omstandigheden konden dit niet onderbouwen.
Daarom concludeerde de rechtbank dat de minister de overdrachtstermijn terecht had verlengd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de overdrachtstermijn aan Bulgarije wegens onderduiken is ongegrond verklaard.