AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige verklaringen over dreiging rebellen en Kuluna’s
Eiseres, een Congolese vrouw, diende een asielaanvraag in vanwege haar vrees voor rebellen en de Kuluna’s, stedelijke jeugdbendes. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond vanwege ongeloofwaardigheid van haar verklaringen en vermeende misleiding over haar identiteit.
De rechtbank beoordeelde het beroep en oordeelde dat de nieuwe geloofwaardigheidsbeoordeling van verweerder niet in strijd is met het Unierecht. De verklaringen van eiseres over haar problemen met de rebellen en de Kuluna’s vormden geen samenhangend en aannemelijk geheel, waardoor verweerder deze terecht ongeloofwaardig mocht vinden.
Het terugkeerbesluit ontbrak een kenbare motivering omtrent het non-refoulementbeginsel, maar verweerder herstelde dit gebrek ter zitting. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens het motiveringsgebrek, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege herstel van het motiveringsgebrek.
Voetnoten
1.De Kuluna’s zijn stedelijke jeugdbendes die actief zijn in [plaats 2] en bekendstaan om gewelddadige overvallen, afpersing en andere ernstige misdrijven (Human Rights Watch, Operation Likofi: Police Killings and Enforced Disappearances in [plaats 2] , Democratic Republic of Congo, 17 november 2014),
2.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
3.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c van de Vw.
4.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder d van de Vw.
5.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder e van de Vw.
6.Op grond van artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c van de Vw.
7.Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.
8.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
9.Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c van de Vw.
10.Artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder d van de Vw.
11.Tussenuitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond van 18 februari 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:2170. 15.Verslag van het nader gehoor, p. 9.
16.Verslag van het nader gehoor, p. 9.
17.Verslag van het nader gehoor, p. 9.
18.Algemeen Ambtsbericht Democratische Republiek Congo, oktober 2021, p. 19 en paragraaf C7/11.4.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).