Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op hun aanvragen voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvragen op 9 oktober 2023 en verlengde de beslistermijn met negen maanden. Eisers stelden de minister op 14 januari 2025 in gebreke en dienden daarna tijdig beroep in.
De rechtbank oordeelt dat de beroepen gegrond zijn omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank legt een nadere beslistermijn op van zestien weken, waarbij eerst binnen acht weken een gehoor over de asielmotieven moet plaatsvinden, gevolgd door een besluit binnen acht weken daarna.
Daarnaast verbindt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag aan overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. Omdat de zaken samenhangen, wordt de dwangsom en proceskostenvergoeding beperkt tot één zaak. De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan eisers vanwege het inschakelen van juridische hulp.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en is openbaar bekendgemaakt op 11 juni 2025. Eisers kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.