ECLI:NL:RBDHA:2025:12006
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 17 juni 2025 waarbij hem een maatregel van bewaring is opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat verweerder een uittreksel Justitiële Documentatie (JD) had moeten opvragen voorafgaand aan de bewaring en na het bekend worden van vluchtgegevens, wat niet is gebeurd, waardoor de informatieplicht zou zijn geschonden.
De rechtbank overweegt dat het opvragen van een uittreksel JD in beginsel niet vereist is voorafgaand aan de bewaring, tenzij sprake is van een situatie waarin de vreemdeling in strafrechtelijke detentie zit en aansluitend in vreemdelingenbewaring wordt geplaatst met een bekende uitzettingsdatum, wat hier niet het geval was. Ook na het bekend worden van vluchtgegevens was het niet verplicht een uittreksel JD op te vragen omdat eiser niet verdacht was van een misdrijf in de zin van de vreemdelingencirculaire.
Verder stelt de rechtbank vast dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld door tijdig een vertrekgesprek te voeren en een vlucht te regelen, gepland op 26 juni 2025, waardoor de bewaring slechts kort duurt. De ambtshalve toetsing van de rechtsmatigheid van de maatregel leidt tot het oordeel dat de bewaring niet onrechtmatig is geweest.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.