ECLI:NL:RBDHA:2025:12082
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag en voorlopig uitstel van vertrek op medische gronden
Eiser, die asiel heeft aangevraagd met de claim Somalische nationaliteit en medische problemen, betwist het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag af te wijzen en hem slechts voorlopig uitstel van vertrek te verlenen. De minister baseert het besluit mede op onderzoek waaruit blijkt dat eiser onder verschillende aliassen bekend is in Italië met een Senegalese nationaliteit, waardoor twijfel bestaat over zijn identiteit en herkomst.
De rechtbank stelt vast dat het beroep zich niet richt tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning zelf, maar tegen het feit dat de minister geen direct uitstel van vertrek of verblijfsvergunning op medische gronden heeft verleend zonder advies van het Bureau Medische Advisering (BMA). De rechtbank oordeelt dat de minister conform de Vreemdelingencirculaire en werkinstructies juist heeft gehandeld door eerst het BMA te betrekken en dat eiser niet onder een bijzondere categorie valt die direct uitstel rechtvaardigt.
De medische informatie en de duur van het verblijf van eiser in Nederland geven volgens de rechtbank geen aanleiding om af te wijken van deze procedure. De minister heeft het eerste asielmotief van eiser niet geloofwaardig bevonden en het tweede asielmotief kon niet worden beoordeeld vanwege het ongeloofwaardige eerste motief. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit van de minister wordt ongegrond verklaard en afgewezen.