Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 18 juni 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op basis van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de maatregel onzorgvuldig was voorbereid omdat de vlucht pas op 19 juni 2025 werd aangevraagd voor 26 juni 2025, terwijl volgens een claimakkoord een aankondiging zes werkdagen van tevoren vereist zou zijn. Hierdoor zou er een risico zijn op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat de wijze van feitelijke overdracht niet aan rechterlijke toetsing onderhevig is en dat uit wet- en regelgeving geen verplichting volgt om een vlucht zes werkdagen van tevoren aan te kondigen. Ook was niet aannemelijk gemaakt dat eiser na overdracht niet adequaat wordt opgevangen in Spanje. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel werd daarbij betrokken.
Ambtshalve toetsing van de rechtsmatigheid van de bewaring, conform het arrest van het Hof van Justitie van de EU van 8 november 2022, leverde eveneens geen grond op voor onrechtmatigheid. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.