Eiseres, een Jezidi afkomstig uit Sinjar in Irak, diende op 15 september 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister wees deze aanvraag op 18 april 2025 af als kennelijk ongegrond, stellende dat de situatie in het vluchtelingenkamp Cham Misko geen aanleiding gaf tot erkenning als vluchteling.
De rechtbank behandelde het beroep op 1 juli 2025 en constateerde dat de minister het asielrelaas van eiseres weliswaar geloofwaardig achtte, maar onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij persoonlijk gevaar loopt. Daarnaast wees de minister het verzoek af wegens het niet onverwijld melden bij binnenkomst.
De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende transparantie bood over het gebruik van AI of de Case Matcher bij de besluitvorming, wat een motiveringsgebrek opleverde. Ook was de beoordeling van het vestigingsalternatief in het vluchtelingenkamp onvoldoende gemotiveerd, mede gelet op eerdere uitspraken over de situatie van Jezidi’s in de Koerdische Autonome Regio.
Gelet op deze tekortkomingen verklaarde de rechtbank het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg de minister op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werden de proceskosten aan eiseres toegekend.