ECLI:NL:RBDHA:2025:12142
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Rechtbank stelt ingangsdatum verblijfsvergunning asiel vast op datum loopbrief
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de ingangsdatum van haar verblijfsvergunning asiel, die door de minister was vastgesteld op 14 juli 2023. Zij stelde dat de vergunning moet ingaan op 9 juli 2023, de dag waarop zij zich meldde in het aanmeldcentrum en een loopbrief ontving.
De minister voerde aan dat het verschil van zes dagen tussen de asielwens en het indienen van het aanvraagformulier M35-H te klein is om belang te hebben bij een inhoudelijke beoordeling. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres wel degelijk belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling, mede omdat een eerdere ingangsdatum gevolgen kan hebben voor toekomstige verblijfsaanvragen.
De rechtbank volgde de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 januari 2025, waarin werd bepaald dat de asielaanvraag wordt ontvangen op het moment dat de vreemdeling persoonlijk zijn asielwens kenbaar maakt, bijvoorbeeld met een loopbrief. Daarom stelde de rechtbank de ingangsdatum vast op 9 juli 2023 en vernietigde het bestreden besluit voor zover het de ingangsdatum betrof.
De rechtbank veroordeelde de minister tevens tot betaling van de proceskosten van € 907,- aan eiseres. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde deel van het besluit.
Uitkomst: De rechtbank stelt de ingangsdatum van de verblijfsvergunning asiel vast op 9 juli 2023 en vernietigt het bestreden besluit voor zover het de ingangsdatum betreft.