ECLI:NL:RBDHA:2025:12152
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op derde asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid politieke vervolging broer
Eiser diende op 11 maart 2025 zijn derde asielaanvraag in, met als motief de vrees voor vervolging in Marokko vanwege politieke activiteiten van zijn broer. De minister wees de aanvraag op 17 maart 2025 af als kennelijk ongegrond. Eiser voerde aan dat de Marokkaanse autoriteiten hem en zijn familie zouden vervolgen, mede vanwege de politieke activiteiten van zijn broer en zijn vader die tegen de Marokkaanse regering had gevochten.
De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser over de problemen van zijn broer als gevolg van politieke activiteiten ongeloofwaardig waren. Eiser gaf wisselende en vage verklaringen, ondersteunde zijn verhaal onvoldoende met objectieve documenten en kon de tegenwerpingen van verweerder niet gemotiveerd weerleggen. De rechtbank stelde vast dat Marokko in het algemeen en in het specifieke geval van eiser als veilig land van herkomst kan worden beschouwd.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade loopt. De eerdere detentie van eiser in 2022 was reeds in een eerdere procedure meegewogen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de derde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.