ECLI:NL:RBDHA:2025:12160
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens ontbreken geldig paspoort en onvoldoende bewijs duurzame relatie
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, diende op 8 augustus 2024 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid bij zijn partner. De minister wees deze aanvraag op 23 oktober 2024 af wegens het ontbreken van een geldig machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en onvoldoende bewijs van een duurzame relatie die gelijkstaat aan een huwelijk. Het bezwaar van eiser werd op 26 februari 2025 eveneens afgewezen.
Eiser stelde dat de minister de hoorplicht had geschonden door hem niet te horen in bezwaar en dat het paspoortvereiste onterecht op hem werd toegepast, mede omdat hij als homoseksueel niet naar de Nigeriaanse ambassade durft te gaan. De rechtbank oordeelde dat de minister de hoorplicht niet heeft geschonden omdat eiser onvoldoende bewijs leverde en zijn bezwaar niet voldoende motiveerde. Tevens was het paspoortvereiste terecht toegepast, mede omdat de eerdere asielprocedure de gestelde homoseksualiteit niet aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank volgde de minister in haar standpunt dat toetsing aan artikel 8 EVRM Pro reeds had plaatsgevonden bij de asielaanvraag en dat het ontbreken van een geldig paspoort een geldige reden is voor afwijzing. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, waardoor eiser geen verblijfsvergunning ontvangt en geen proceskostenvergoeding krijgt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verblijfsvergunningaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een geldig paspoort en onvoldoende bewijs van een duurzame relatie.