ECLI:NL:RVS:2024:430
Raad van State
- Hoger beroep
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid bewaring vreemdeling na afwijzing asielaanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde de vreemdeling op 9 november 2023 in bewaring en verlengde deze maatregel op 24 november 2023 met maximaal drie maanden. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep tegen de verlenging van de bewaring, omdat hiertegen geen hoger beroep mogelijk is. Wel vernietigde de Afdeling het vonnis van de rechtbank omdat deze ten onrechte de beroepsgrond over de a-grond onbesproken had gelaten.
De Afdeling beoordeelde vervolgens de rechtmatigheid van de bewaring ambtshalve en oordeelde dat de staatssecretaris de a-grond terecht aan de bewaring ten grondslag had gelegd, ondanks dat de vreemdeling in een eerdere asielprocedure zijn identiteit en nationaliteit geloofwaardig was geacht. De Afdeling wees het beroep inhoudelijk af en wees ook het verzoek om schadevergoeding af. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling is rechtmatig verklaard en het beroep inhoudelijk afgewezen.