Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, met de Saoedi-Arabische nationaliteit, diende op 3 maart 2025 een asielaanvraag in in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de aanvraag. Nederland heeft een verzoek tot overname gedaan dat door Frankrijk is aanvaard.
Eiseres voerde aan dat de opvangvoorzieningen in Frankrijk dermate slecht zijn dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt, en dat er sprake is van een systeemfout met structureel tekort aan opvangplekken. De rechtbank overwoog dat verweerder in beginsel mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiseres onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd om dit te weerleggen.
De rechtbank verwees naar recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd bevestigd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk blijft gelden, ondanks problemen in de opvang. Ook het Human Rights Watch World Report 2025 bevestigt dit beeld. Bovendien heeft Frankrijk met het claimakkoord van 6 juni 2025 gegarandeerd de asielaanvraag van eiseres in behandeling te nemen.
De rechtbank concludeerde dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in Frankrijk geen opvang zal krijgen en dat zij zich bij problemen tot de Franse autoriteiten kan wenden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard omdat Frankrijk verantwoordelijk is en opvangvoorzieningen adequaat zijn.