ECLI:NL:RBDHA:2025:12232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Sri Lankaanse Tamil wegens onvoldoende bewijs reëel risico
Eiser, een Sri Lankaanse Tamil, diende op 3 oktober 2024 een asielaanvraag in die op 17 oktober 2024 door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn verleden bij de LTTE en een conflict binnen zijn familie wordt gezocht door de autoriteiten en vreest onmenselijke behandeling bij terugkeer.
De rechtbank onderzocht het dossier, waaronder identiteitsbewijzen, aangifte en oproepen van autoriteiten. Hoewel de identiteit van eiser werd erkend, vond de rechtbank onvoldoende bewijs dat hij daadwerkelijk wordt gezocht. De verklaringen over de betrokkenheid van een familielid bij een aangifte waren niet overtuigend en de oproepen van autoriteiten waren tegenstrijdig met de verklaringen van eiser.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het risico op strafrechtelijke vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer onvoldoende aannemelijk was. Het algemeen ambtsbericht gaf aan dat strafrechtelijke sancties vooral boetes betreffen en dat monitoring van Tamils niet leidt tot ernstige veiligheidsrisico's.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.