Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2025:12232

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juni 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
NL24.41665 en NL24.41666
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vreemdelingenwet 2000Art. 30b Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Sri Lankaanse Tamil wegens onvoldoende bewijs reëel risico

Eiser, een Sri Lankaanse Tamil, diende op 3 oktober 2024 een asielaanvraag in die op 17 oktober 2024 door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser voerde aan dat hij vanwege zijn verleden bij de LTTE en een conflict binnen zijn familie wordt gezocht door de autoriteiten en vreest onmenselijke behandeling bij terugkeer.

De rechtbank onderzocht het dossier, waaronder identiteitsbewijzen, aangifte en oproepen van autoriteiten. Hoewel de identiteit van eiser werd erkend, vond de rechtbank onvoldoende bewijs dat hij daadwerkelijk wordt gezocht. De verklaringen over de betrokkenheid van een familielid bij een aangifte waren niet overtuigend en de oproepen van autoriteiten waren tegenstrijdig met de verklaringen van eiser.

Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het risico op strafrechtelijke vervolging of onmenselijke behandeling bij terugkeer onvoldoende aannemelijk was. Het algemeen ambtsbericht gaf aan dat strafrechtelijke sancties vooral boetes betreffen en dat monitoring van Tamils niet leidt tot ernstige veiligheidsrisico's.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.41665 (beroep) en NL24.41666 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. F. Khodajoo-Aziz Maleki),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: dhr. T. Stelpstra).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Hij is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij wordt gezocht door de autoriteiten van Sri Lanka en dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Sri Lanka. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1985 en de Sri Lankaanse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 3 oktober 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 17 oktober 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting van 17 december 2024 geschorst om verweerder in de gelegenheid te stellen de documenten te onderzoeken die eiser op die zitting heeft overgelegd. Verweerder heeft de documenten onderzocht en op 15 januari 2025 een aanvullend besluit genomen waarin hij de afwijzing van eisers asielaanvraag heeft gehandhaafd.
2.3.
De rechtbank heeft op 22 mei 2025 het beroep samen met eisers verzoek om voorlopige voorziening behandeld op een nadere zitting. Hieraan hebben eiser, zijn gemachtigde, R. Arulappu als tolk en de gemachtigde van verweerder deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
3. Eiser behoort tot de Tamil bevolkingsgroep. Hij is in het verleden gedwongen om als monteur te werken voor de Liberation Tigers of Tamil Eelam (LTTE). Eiser heeft daarna nog vijftien jaar in Sri Lanka verbleven zonder dat de autoriteiten op de hoogte waren van zijn betrokkenheid bij de LTTE. Eisers vrouw en haar neef hebben ruzie gehad waarbij de neef haar heeft geslagen en heeft gedreigd de autoriteiten te vertellen over eisers betrokkenheid bij de LTTE. Eisers vrouw heeft daarvan aangifte gedaan. Eiser is daarna opgeroepen door de autoriteiten omdat hij geen rehabilitatie heeft gehad. Hij is bezocht door de autoriteiten toen hij niet thuis was, en daarna tien dagen ondergedoken in Colombo. Vervolgens is hij met behulp van een mensensmokkelaar vertrokken uit Sri Lanka.
Het bestreden besluit
4. De rechtbank beoordeelt verweerders besluit van 17 oktober 2024 en het aanvullende besluit van 15 februari 2025 samen als bestreden besluit. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser als kennelijk ongegrond afgewezen, [1] en tegen hem een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar uitgevaardigd. Volgens verweerder bevat het asielrelaas de volgende relevante asielmotieven:
1. eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. dat eiser wordt gezocht door de autoriteiten van Sri Lanka.
4.1.
Eiser heeft op de zitting op 17 december 2024 zijn identiteitskaart, de opname van de aangifte, het huwelijksregister, het geboorteregister van eiser, eisers echtgenote en hun dochter, en de oproep voor 8 september 2024 overgelegd. Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Verweerder gelooft echter niet dat eiser wordt gezocht door de autoriteiten van Sri Lanka.
Heeft eiser aannemelijk gemaakt dat hij wordt gezocht door de autoriteiten van Sri Lanka?
5. Eiser voert aan dat hij wordt gezocht door de autoriteiten van Sri Lanka. Nadat zijn neef hem heeft verraden, zijn de autoriteiten naar hem opzoek gegaan. Hij heeft met originele documenten aangetoond dat hij wordt gezocht.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder het verhaal over eisers neef, en dat eiser daarom wordt gezocht, niet geloofwaardig heeft hoeven vinden. Hoewel Bureau Documenten een positief advies heeft afgegeven over de echtheid van de aangifte van zijn echtgenote, heeft verweerder terecht gesteld dat niet duidelijk is geworden wat de aanleiding van de aangifte is. Verweerder stelt ook terecht dat uit de aangifte niet blijkt dat eisers neef hierbij betrokken was. Daarnaast heeft eiser niet kunnen aantonen dat deze gestelde neef daadwerkelijk familie is. Dat het voor eiser lastig is om aan familiedocumenten te komen, brengt naar het oordeel van de rechtbank niet mee dat de familierelatie daarom alsnog aangenomen moet worden. De rechtbank volgt ook verweerders standpunt dat eiser met de oproep voor 8 september 2024 niet aannemelijk gemaakt heeft dat hij wordt gezocht door de autoriteiten van Sri Lanka. De rechtbank is het met verweerder eens dat de informatie die blijkt uit het document, tegenstrijdig is met eisers verklaringen. In het document staat namelijk dat eiser verschillende keren is opgeroepen, terwijl eiser heeft verklaard dat dit eenmalig was. Eisers stelling ter zitting dat hij of zijn vrouw dan misschien niet aanwezig waren tijdens de andere bezoeken van de autoriteiten, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om die twijfel weg te nemen. Uit de oproep volgt ook niet wat de aanleiding was voor de oproep, en waar de juridische stappen bij het niet opdagen, op gebaseerd zijn. Verweerder heeft hierbij ook mogen betrekken dat uit het algemeen ambtsbericht (aab) [2] volgt dat rehabilitatie voor voormalige Tamil-strijders sinds 2019 is afgeschaft, en dat er geen aanwijzingen zijn dat die nog plaatsvindt. De beroepsgrond slaagt niet.
Loopt eiser een reëel risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Sri Lanka?
6. Eiser heeft Sri Lanka met een vals paspoort verlaten waardoor hij vreest bij terugkeer problemen te ondervinden. Eiser stelt, onder verwijzing naar het aab dat terugkerende migranten worden ondervraagd, en dat hij zal worden gearresteerd en gedetineerd. Personen die Sri Lanka illegaal hebben verlaten kunnen te maken krijgen met juridische procedures. Er staat een boete op, of een gevangenisstraf van maximaal 5 jaar. Daarbij kunnen Tamils herkend worden aan hun naam en worden zij aan meer ondervraging onderworpen dan anderen. Ook worden Tamils gemonitord bij terugkeer. Gelet hierop loopt eiser een reëel risico op onmenselijke behandeling bij terugkeer naar Sri Lanka.
7. De rechtbank volgt eisers betoog niet. Uit het aab volgt dat terugkerende migranten die illegaal zijn vertrokken kunnen worden bestraft met een boete of een gevangenisstraf. Uit het aab volgt verder dat alleen is gebleken van opgelegde boetes, en niet van vrijheidsontnemende straffen wegens illegale uitreis. [3] Ook blijkt uit het aab dat monitoring van terugkerende Tamils nog kan plaatsvinden, maar blijkt niet dat dit nu nog serieuze veiligheidsrisico’s meebrengt. [4] De rechtbank is met verweerder van oordeel dat dit onvoldoende aanwijzingen biedt voor een reëel risico op ernstige schade voor eiser. De beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
8. Verweerder heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.
9. Nu er op het beroep is beslist, is er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daartoe dan ook af.
10. Voor een proceskostenvergoeding bestaat in beide zaken geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Kraefft, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.M.T. Zoon, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan, voor zover dit gaat over het beroep, een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c en d, Vw.
2.Thematisch ambtsbericht Tamils in Sri Lanka, juni 2024.
3.Thematisch ambtsbericht Tamils in Sri Lanka, juni 2024, pagina 68.
4.Thematisch ambtsbericht Tamils in Sri Lanka, juni 2024, pagina 67.